Motortjes, putjes en slim vakmanschap
Geschreven door Rinus van der Craats   
Friday 05 November 2010

Afgelopen week heb ik met een aantal collega's van binnen enbuiten de regio een bijeenkomst bijgewoond die ging over ‘ lerend organiseren'.De kernvraag daarbij is vooral hoe geef je vakmensen de ruimte om nieuwe ideeënin te zetten om hun werk zo in te richten dat dit het meest effectief en/of efficiëntis. Bij het management is er veel aandacht voor de kanteling van ontwerpbenaderingnaar een ontwikkelingsgerichte benadering. Luisterend naar de verschillendedeelnemers aan de bijeenkomst krijg ik het duale gevoel dat deontwikkelingsgerichte benadering met behulp van een project wordt ontworpen. Inde discussie gaat het over ‘ hoe organiseer je slim vakmanschap' en ligt defocus heel erg op de vakmensen die daarin stappen zetten. Er wordt veel over hengepraat.  Het risico is dat door al dieaandacht, de mensen die gewoon slim met hun werk bezig zijn het gevoel krijgendat zij als mieren door een enorm vergrootglas worden bekeken. Ik kan mij daarwat bij voorstellen. Ik mag zelf ook in een begeleidingsgroepje op dit thema zittenen stap net als alle anderen in de valkuil dat we het vooral hebben over hoe deander het werk doet, waarbij we het te weinig over onze rol hebben. Doen wijhet, ‘ slim'?

 

We gaan ervan uit dat al onze medewerkers vakmensen zijn, maar constateren ook dat een aantal van hen, wanneer er een keuze moet worden gemaakt, een afwachtende houding aanneemt totdat de chef, of erger ‘de organisatie' een bottleneck wegneemt. Wat ik dan raar vindt, is dat die zelfde vakmensen in hun privé leven vele keuzes maken voor henzelf, hun kinderen of soms voor hun ouders. Zij zijn daarin effectief en gaan vaak over grote budgetten en verantwoordelijkheden. Zo kopen en verkopen ze huizen, auto's en maken met hun kinderen plannen voor een studierichting enzovoorts. Mijn vraag is dan, wat hebben wij als chefs of als organisatie, net hoe je ernaar kijkt, gedaan dat maakt deze zelfde medewerkers vaak zo in een afwachtende en naar mijn mening onterecht alles accepterende stand staan. Is er iets dood geslagen? Ik denk dat ontwikkelingsgericht bezig zijn meer een beweging is dan dat je dit proces of projectmatig kunt inrichten.

Na een korte break maakten we kennis met Martijn Aslander. Op Internet kun je veel over hem lezen http://www.martijnaslander.nl. Martijn is lifehacker. Hij stelt dat de netwerk-en informatie samenleving ons grote kansen en mogelijkheden biedt en dat het de uitdaging is die mogelijkheden te verkennen om de opgedane kennis weer te delen met anderen.

Martijn is een begenadigd verteller die met sprekende voorbeelden de lakens een beetje probeert op te schudden. Hij is los van structuur en op zoek naar hoe dingen kunnen. Hij verteld over hoe volgens hem een beweging in gang komt en schets de motortjes. Dit zijn mensen die je iets interessants, belangwekkendst of leuks verteld en het motortje begint te draaien en daar komt wat moois uit. Hij schetst de putjes, je vertelt ze het zelfde verhaal, ze kijken je wat wazig aan en het lijkt alsof alles wat je vertelt in een put valt. Dan heb je ook nog de mensen met veel kennis van zaken. Die proberen altijd te ondersteunen met hun kennis. In iedere organisatie komen deze types voor en we hebben ze allemaal nodig. Motortjes zijn niet heel veel, putjes hoop ik ook niet.

De filosofie is, laat een paar motortjes samenwerken en dan gaan er heel leuke en mooie dingen gebeuren. Natuurlijk lopen ook motortjes tegen bureaucratie aan, maar dan moeten de leidinggevende hulpmotortjes in actie gaan komen. Weten zij dit al?

Even weer terug naar het worden van een organisatie die mensen zover wil krijgen dat er een ontwikkel gerichte cultuur gaat ontstaan. Dat kan heel goed door goede voorbeelden een podium te geven, of door ‘ storytelling'. Het voorbeeld moet dan vooral niet zijn:  het voorbeeld van het geënthousiasmeerde motortje dat samen met hem toegewezen putjes een beweging in gang probeert brengen. Dat lukt niet, het motortje gaat stotteren. Toch zie ik dat soms gebeuren. Die enthousiaste collega met zijn of haar werkgroepje die voortdurend vastloopt. Als het motortje dan vraagt aan het hulpmotortje, om hem of haar te helpen, dan blijkt de hulpmotor net even zonder stroom te staan.

Ik herkende in Martijn een beetje een geestverwant, maar dan in het kwadraat. Hoe doet hij dat? Geweldig. Ik ben weer geprikkeld en aan het denken gezet. Over hoe je veranderingen gedaan krijgt, maar vooral over mijn eigen rol en plaats.

Het is onze uitdaging om vooral de motortjes te vinden. Dat gaat niet lukken met een vacature voor motortje op het Intranet van het bedrijf. Echte motortjes laten zichzelf zien, en ze gaan elkaar echt wel herkennen. De vraag is, zijn wij in staat ze te herkennen en hoe breng je ze dan met elkaar in contact.

Misschien voor diegenen die als olie voor het motortje willen fungeren, ´Ga veel koffie en af en toe een biertje met elkaar drinken, dan komt het vanzelf'. Ik ken al een paar motortjes, jij ook?